Tinus Boot

Tinus Boot

HIJ WAS ER BIJ

HomeBlog - 2Blog2 - MegamastosBTW paginaInsturen

De reis of de bestemming? 1

DE REIS OF DE BESTEMMING - 1Posted by My 4Fingers Thu, September 07, 2017 12:40:33

De reis of de bestemming?

Deel 1.

"Een diepe depressie trekt over de Noordzee"

7 Juni 2017

Peer zat op een kademuurtje te wachten op de aankomst van de veerboot. De volgende dag begon Oerol en het was druk op de kade. Wachtend op het weerzien met Sjaan en over wat ze elkaar te vertellen en op te biechten hadden. Zou ze echt komen? Hij dacht na, over wat er gebeurd was, zijn misstappen en zijn jaloezie. En hoe hij uiteindelijk, toen de mist in zijn hoofd verdwenen was, Sjaan gemist had.

April 2017

-Het is niet het begin of de bestemming waar het op aan komt. Het is de reis er tussen in,- had hij ooit ergens gelezen.

Voor een midlifecrisis was Peer met vier en vijftig eigenlijk al wat te oud, maar het leek er verrekte veel op. Hij zat al een tijd met zich zelf in de knoop. Het laatste zetje kreeg hij van Sjaan, die op een avond van haar bord opkeek en zei, “ik moet je iets vertellen,”

Peer dacht, er zal weer wat met een van haar broers of zusters zijn, altijd gedoe. Hij keek niet op en at rustig verder.

“Peer! Kijk me eens aan.”

‘Snotverdomme, wat nu?’ Dacht Peer, opkijkend van zijn bord.

“Peer, ik ben verliefd op iemand anders.” Een nieuwe collega vertelde ze en “nee, er was niets gebeurd. De collega was zo attent en begripsvol en hij kon zo goed luisteren.”

‘Godverdomme, ook dat nog,’ dacht Peer. Ruzie op zijn werk en nu Sjaan met haar verliefdheid. Ze wilde een time out om na te denken. Alles zat verdomme tegen. Zijn conditie was naar de klote en daardoor kon hij op de fiets niet meer met de snelste groep mee en oude blessures speelden op. Hij voelde zich moe en brak. Peer was het zat, hij was alles zat. Eigenlijk wilde hij alleen maar met rust gelaten worden.

Niet omdat hij Sjaan haar zin wilde geven met die verrekte time out, dat nooit. Hij was zijn werk spuugzat en hij had nog een stuwmeer aan verlof te goed, zo kwam het idee in hem op om op reis te gaan. Twee maanden verlof opnemen en weggaan. Zijn werkgever zei zo snel ja dat Peer dacht, oh jullie willen me kwijt, prima dat is wederzijds.

Naar zijn broer in de Verenigde Staten, was het eerste idee. Maar dat was alleen een doel en de reis was niet aantrekkelijk. Zo’n godvergeten vliegreis met al die toestanden van controle na controle. Hij dacht er over na en er kwam een beeld in hem op. Hij voorover gebogen met zijn broek op zijn enkels en zo’n hufter van een vette Amerikaanse immigratie ambtenaar met zijn dikke worstvinger in zijn anus peurend op zoek naar iets wat er niet in zat. Trouwens, wie wil er naar een land waar ze een narcistische blaaskaak president maken?

Een fietsvakantie? Niet met zijn racefiets, maar een randonneur kopen en twee maanden door Europa zwerven. De herinnering aan de blaar op zijn kont, vorig jaar tijdens een week met een groep van de fietsclub in de Alpen, zorgde dat hij dat idee liet varen.

Vreemd genoeg was met de boot op reis gaan, het laatste waar hij aan dacht. De vakanties aan boord waren altijd een gezamenlijke onderneming geweest. Dat gezamenlijke was nu kapot. Verdomme verlieft, de trut. Hij was een paar keer stiekem vreemd gegaan. Dat vreemd gaan ging gewoon om de seks, niet dat hij thuis te kort kwam, maar voor het avontuur. Af en toe lekker buiten de deur neuken zorgde voor inspiratie en daar profiteerde Sjaan toch ook van.

Verliefd worden op een ander, verdomme nog aan toe. Hij was, ondanks zijn avontuurtjes, toch ook nooit verliefd geworden. Gewoon buiten de deur trek krijgen, meer was het niet. En nu verdomme nog aan toe. De klap was hard aangekomen.

Dan toch de boot maar en zonder Sjaan.

Tussen de mededeling van Sjaan en zijn vertrek zaten twee weken. Twee drukke weken om dingen op zijn werk af te ronden en de boot klaar te maken voor een lange reis. Het afronden op zijn werk met toenemende tegenzin en het werk aan de boot met groeiend enthousiasme.

Sjaan wilde iedere avond over hun huwelijk praten en maar doorgaan over hoe hij veranderd was en hoe weinig aandacht hij haar gaf. Dat refrein was hij zat. En dan dat gelul over verliefd zijn, hij was er klaar mee. Er was niets gebeurd zei ze, dat moest er godverdorie nog bijkomen ook. In het begin deed hij zijn best om te luisteren. Maar, het was steeds het zelfde deuntje.

“Ik voel me alleen; je bent mijn oude Peer niet meer; je luistert nooit als ik wat vertel.” Nee verdomme, nog aan toe, dacht Peer, mens, als je blijft zeiken, het lijkt wel een smartlap van Hazes.

Er rijpte een idee in zijn hoofd. Al zijn huidige ellende kwam voort uit geiligheid. Verlieft, mijn neus uit, niks dan geiligheid. Net als zijn geklooi met vreemde wijven. Hij ging zijn reis gebruiken om te bewijzen dat hij zonder geiligheid kon. Hij ging zich zuiveren. Net als het vasten van katholieken en de moslims, maar dan anders. Hij dacht er een dag over na en nam toen een besluit. Niet meer neuken en ook niet rukken, gewoon "cold turkeij" onthouding vanaf dat moment.

Nadat Sjaan met haar mededeling zijn maaltijd en zijn leven verpestte hadden ze niet meer gevreeën.

Op de avond voor zijn vertrek ging hij als eerste naar bed. Hij hoorde Sjaan douchen en rommelen op de badkamer en viel in slaap. Hij schrok wakker toen ze de slaapkamer in kwam. Naakt, zag hij, zijn ogen openend. Nee toch, ze zal toch niet willen vrijen, dacht hij. Hij wilde zijn ogen weer sluiten. Ergens in zijn brein ontstond tegenwerking, hij bleef kijken. Hij zag haar vertrouwde naakte lijf. Hij zag haar naar het bed toe lopen en hoe ze zich voorover naar hem toe boog voor een kus. Haar grote zware borsten bungelden boven hem en automatisch stak hij zijn handen uit om ze vast te pakken. Zijn verstand zei, je bent kwaad en je hebt gekozen voor onthouding. Hij draaide zijn hoofd weg en ontweek de kus.

“Ik wil niet dat je zo weg gaat.”

Peer liet haar borsten los en hield zijn hoofd afgewend.

“Toe Peer, zo kan je niet vertrekken.” Ze trok het dekbed weg.

“Zie je wel,” zei ze. “Je plaagt me, je hebt er wel zin in.”

Vuile verrader, noemde Peer in gedachten, zijn overeind gekomen jongeheer. Sjaan stapte op het bed en ging over hem heen zitten. Ze pakte zijn opstandige onderdaan, richtte en liet zich er over heen zakken. Daarna pakte ze Peer zijn handen en legde die terug op haar borsten. Ze bereed hem en werkte zich naar een orgasme, terwijl Peer zijn best deed om niet te genieten. Nadat ze gekomen was liet Sjaan zich voorover op Peer zakken en knuffelde en kuste ze hem. Peer vergat zijn hoofd weg te draaien en liet toe dat ze hem kuste. Sjaan klom van hem af en zag tot haar verrassing dat zijn pik nog recht overeind uit haar floepte. “Ben je niet…?”

Peer schudde nee en dacht dat dit een mooie test zou zijn voor zijn onthouding. Met een stijve proberen in slaap te komen. Als dat lukte dan... Sjaan speelde vals. Ze ging op haar knieën op bed zitten met haar billen naar hem toe. Ze spreidde haar benen wat en liet haar hoofd op het bed zakken. Na ruim vijfentwintig jaar samen, wist ze wat hij niet kon weerstaan. Het werkte. Peer ging op zijn knieën achter haar zitten, drukte naar voren en schoof zo haar natte kut in. Hij stootte en gromde van genot. Dat genot werd nog verhoogd door de aanmoedigingen van Sjaan.

“Toe Peer, geile beer van me. Neuk me maar, geniet maar van je kut. Spuit je maar leeg in me.”

Toen Peer later niet in slaap kon komen, dacht hij terug aan haar aanmoedigingen. Dat deed ze anders nooit. En waarom nu wel? Zij wilde toch een time out. Er schoot hem een verhaal van zijn opa, de duivenmelker, te binnen. Over hoe de doffer voor een vlucht bij de duivin wordt weggehaald, ‘op weduwschap zetten’ of zo noemde hij dat. Dit was het omgekeerde, dacht Peer. Hij woelde en draaide en nadenkend over een zuiverende onthouding, viel hij in eindelijk in slaap.

Op een vroege koude en regenachtige morgen in mei werd Peer door Sjaan bij de jachthaven in Hoorn afgezet. Ze kuste hem, maar zwaaide hem niet uit. Dan niet, dacht Peer toen hij de haven uitvoer.

Wegrijdend bij de haven veegde Sjaan geïrriteerd de tranen van haar wangen. Eigenwijze stomme klootzak, dacht ze. Als dit maar goed afloopt. Zo had ik een time out niet bedoeld. Ik wilde alleen maar dat hij weer meer aandacht voor me had.

Ieder ander had het zich gemakkelijk gemaakt door de route binnendoor naar IJmuiden te nemen. Peer niet, hij koos er voor om eerst naar het Noorden te varen naar Den Oever en dan over het wad naar Den Helder, alvorens zuidwaarts te gaan. Voor Peer begon de reis op het zoute water, bij het uitvaren van de sluis in de Afsluitdijk. In de middag meerde hij koud en nat in Den Helder af. Het was stil in de jachthaven en dat kwam Peer goed uit. Hij wilde rust aan en in zijn kop. Drie gemiste oproepen en wat berichten. Hij opende de berichten niet, hij zette zijn telefoon uit en stopte hem achter in een kastje weg. De zeilen werden opgeborgen en na een warme douche volstond een blik opgewarmde soep als avondmaal. Zie je wel, dacht Peer, niks, geen gedoe. Ik red me prima alleen. De avond kwam hij door met een boek en een borrel.

De volgende dag met weinig wind en opnieuw regen naar IJmuiden. Het viel Peer tegen, hij miste de handen van Sjaan aan boord. Bij het zeilen trimmen, pissen, koffie zetten en een boterham smeren ontdekte hij hoe gewend hij was aan die extra handen. Stom mens, dacht hij.

‘s Avonds in IJmuiden met zijn boek en zijn borrel werd zijn rust verstoord. Ondanks dat er veel vrije plaatsen waren, werd er naast hem een boot afgemeerd. Nieuwsgierig ging Peer aan dek kijken. Man met zeilhandschoentjes aan en een vrouw. Hij ging meehelpen door hun landvasten aan te pakken en vroeg zich af waarom de man handschoenen droeg op een dag met weinig wind. Die vraag werd beantwoord toen de vrouw haar mond open deed en de man allerlei overbodige aanwijzingen begon te geven. Oh, die handschoenen zijn nodig om die kat aan te pakken, dacht hij en daardoor kwam Sjaan weer in zijn gedachten. Hun samenwerking en gemakkelijke routine aan boord. Dankzij meerdere borrels viel hij die avond in slaap.

Bij het wakker worden voelde hij dat hij een beest van een erectie had. Hij stak zijn hand in zijn slaapzak om hem waarderend vast te pakken. Zijn elleboog ging opzij om, zoals hij wel vaker deed, Sjaan aan te stoten en te zeggen ‘voel eens hij werkt nog.’ Zijn elleboog stootte in het niets en hij realiseerde zich waar hij was en dat hij gekozen had voor ontgeiling door onthouding.

Op de vierde dag kwam hij aan het begin van de avond in Vlissingen aan. Het was een koude dag geweest met een waterig zonnetje. Het alleen zijn begon te knagen. Lekker de hele dag zijn eigen muziek aan had tijdelijk geholpen. Net als, waar Sjaan een hekel aan had, makrelen vissen onderweg. Uiteindelijk hielp het allemaal niet en had hij een pikzwart pest humeur gekregen. In de haven ging hij de makrelen panklaar maken. Tijdens het schoonmaken, met zijn handen onder het vissenbloed en de schubben, meerde er een groot luxe zeiljacht naast hem af. Normaal zou hij geholpen hebben, nu met vieze handen niet. Peer keek toe en zag, hoe een in fraaie zeilkleding, met veel merknamen, gestoken stel, er een zooitje van maakte. De boot ramde met een klap de steiger. Au, dacht Peer en hij concentreerde zich weer op zijn makrelen.

“Mijnheer!” Hoorde hij. Op dwingende toon met een rollende rrr uitgesproken. ‘Kakaccent’, dacht Peer en hij keek naar de man van het stel, die zich over de reling naar hem toe boog.

“Als u uw handen uit de mouwen gestoken had, dan was dit niet gebeurd.”

“Eigen stomme schuld,” zei Peer.

De vrouw mengde zich ook in de woordenwisseling. “Het stinkt hier naar vis.”

Peer keek haar aan en zag wat vreemds. Botoxkop, dacht hij en hij reageerde door overdreven te snuiven. “Het enige wat ik ruik is kak.”

Waarop de man reageerde, “ wat zegt u?”

“Ik ruik kak en die lucht komt van jullie boot.”

De vrouw viel uit haar rol van keurige dame en begon te kijven. Ze pikte het niet, ze wilde niet naast een asociaal liggen en ze gingen zich beklagen bij de havenmeester. Ze spoorde haar man aan, “vooruit Peter-Jan, ga naar de havenmeester.”

Peer, toch al in een rothumeur, was op stoom gekomen. “Hier heb je iets om te klagen,” zei hij wat visafval op de chique boot werpend.

Het werd een scheldpartij, die dreigde te escaleren in een handgemeen toen Peer de term botoxkop gebruikte. De man dreigde Peer met een pak slaag. Peer genoot, dit had hij nodig. Een paar jongelui op de kade bemoeiden zich er mee. “He ouwe, sla die kakker op zijn bek.” Gevolgd door het refrein van een zojuist geleerd nieuw woord “botoxkop, botoxkop.” De vrouw vluchtte de kajuit in. De man bleef nog even dreigen om bij Peer aan boord te stappen.

“Moet je doen”, zei Peer, zijn emmer met visafval optillend, “dan kieper ik dit over je hoofd.”

“Gooien ouwe klonk het vanaf de kade.” Al scheldend ging de man achter zijn vrouw aan naar binnen. Gevolgd door een gejoel vanaf de kade. Peer stak zijn duim op naar de jongens, maakte een buiging voor het publiek en ging zijn kajuit in met de schoongemaakte makrelen.

Het lukte die avond bijna om Sjaan uit zijn gedachten te bannen. Nagenietend van de ruzie en grinnikend over zijn vondst botoxkop kwam het beeld op van de zachte trekken van Sjaan met haar natuurlijke volle lippen in zijn hoofd.

De volgende dag woei het hard uit het zuidwesten. Tegenwind en omdat Peer wachtte met vertrek tot hij de stroom mee had, was het wind tegen tij, met als gevolg een korte steile deining. Na een paar uur stuiteren was Peer het zat. Hij wilde verder, maar het werd Zeebrugge.

Surfend op een golftop scheerde hij langs het havenhoofd naar binnen.

“s Avonds voelde hij zich alleen en bijna had hij zijn telefoon aangezet. Hij besloot te gaan stappen. Ver hoefde hij niet te gaan, direct aan de wal op de Rederskaai lokten meerdere kroegen. Hij liep de cafés langs en besloot voor het drukste te kiezen. Het bleek ‘happy hour’ met gereduceerde prijzen in The Old Steamer. Peer vond een vrije plaats op een kruk aan de bar. Hij bestelde een biertje en begon om zich heen te kijken.

Naast hem zat een lange magere vrouw. Veertiger schatte Peer. Ze was in gesprek met een stel op de krukken aan haar andere kant. Peer nam haar op. Heel lang, dun en weinig tiet en ze sprak met een vet Vlaams accent. Urbanus vermomd als Tante Sidonia, dacht hij en hij keek nieuwsgierig naar haar voeten. Teleurgesteld zag hij schoenen met een maat die kleiner was dan zijn tweeënveertig. Al lurkend aan zijn biertje luisterde hij naar de conversatie van Sidonia met het stel. Hij begreep uit het verhaal dat ze aan de kust logeerde omdat ze in scheiding lag. Verder in het gesprek ving hij op dat haar man, die schepen was flink ging bloeden. Peer nog steeds in een ruzie zoekend humeur, zag een kans.

“Zeg mevrouw,” zei hij. “Zo’n schepen hier in België, dat zijn toch allemaal zakkenvullers. Hij zal u vast ook wel een lucratief baantje in het een of andere bestuur bezorgd hebben.” Zo, dacht hij, en nu... breekt de pleuris uit. Ze begon te lachen en tegen het stel naast haar zei ze, “dat komt er van. Nu de Belgen de kranten in Nederland overnemen, weten ze daar ook wat er hier speelt.”

Ze draaide zich naar Peer toe en zei, “als dit een versierpoging is dan was dit de slechtste openingszin ooit.” Ze nam Peer van hoofd tot voeten op en zei, “Amei, ge zeit nog een kabouter ook. Ben je ontsnapt uit Plopsaland?”

Peer was even sprakeloos. In plaats van lekker te kunnen rellen werd hij in de zeik genomen. Kabouter? Ja, hij was met een meter vijf en zeventig niet lang en ja hij had een grijze stoppelbaard, na zich een week niet meer geschoren te hebben.

Peer stak zijn hand uit en zei, “je mag me Plopsa noemen als ik jou Sidonia mag noemen.” Lachend nam ze zijn hand aan. “Paula,” zei ze.

“Peer,” zei hij.

Dat deed haar opnieuw in de lach schieten. “En je zoekt zeker een appeltje? Dan zit je hier goed, genoeg rijpe appeltjes, aan de kust.”

“Nee”, zei Peer. “Ik zoek rust in mijn kop en appeltjes schillen geeft alleen maar gedoe.”

Ze kletsten verder en even later nam het stel naast Paula afscheid. Ze wilde nog wel wat drinken van Peer. “Als hij zich maar niets in zijn hoofd haalde. Ze had het gehad met mannen,” Even later met een glimlach vervolgend “en ik doe het niet met kabouters.”

“Proost.” Zei Peer, zijn glas heffend, “op kuisheid en onthouding.” Ze keek hem bevreemd aan, “je bent wel een hele rare Hollander.” Ze vroeg of hij hier met een boot was en Peer vertelde van zijn reis zonder bestemming. Paula vertelde dat ze twee weken ‘rust’ hield in het appartement van een nicht, hier aan de kaai. Het stel waar ze mee had zitten praten, waren bevriende buren van haar nicht.

“Rust?” Vroeg Peer. Daarop vertelde ze dat mijnheer de schepen te persoonlijk was geworden met zijn persoonlijke assistent.

“Jong en blond?” Vroeg Peer.

Ze knikte, “en mannelijk.”

De mond van Peer zakte open. “he?”

“Ja”, zei ze. “Na vijftien jaar huwelijk bleek hij van twee walletjes te eten.” Met al drie zware Belgische bieren achter zijn kiezen, vertelde Peer haar over zijn theorie dat hij zich door kuisheid rust in zijn kop kon geven. Ze lachte hem uit en zei hem dat hij de vreemdste kerel was die ze ooit ontmoet had. Nog twee biertjes later zei Peer dat hij zijn kooi ging opzoeken. Hij wilde morgen bijtijds op, om te profiteren van stroom mee op zee. Paula was nieuwsgierig hoe dat zat en Peer legde het uit. Waarop ze vroeg, of ze zijn boot mocht zien. Op Peer zijn verbaasde blik reageerde ze door te zeggen dat ze dat veilig kon vragen, “van een kuise kabouter, had ze niets te vrezen.”

Even later liep Peer naast een vrouw die bijna een kop groter was over de steiger. Ze toonde zich oprecht geïnteresseerd toen hij haar de boot liet zien en vroeg hoe laat hij de volgende morgen weg ging en waarheen. Peer antwoordde dat zijn bestemming van de wind afhing. Er werd weinig wind voorspeld en dan werd het Oostende en als het mee zat Nieuwpoort.

“Oh” zei ze, “dan kan ik als ik met je mee mag, met de kusttram weer terug.”

Peer reageerde verbaasd. Een vreemde vrouw aan boord? Hij dacht na, het had wel een voordeel, extra handen om onderweg iets te pakken of klaar te maken. Hij twijfelde nog en kwam op nog een voordeel, een test voor zijn kuisheid. Met zo’n tietloos lang eind, een veilige test. Hij zei, “ja gezellig.”

Op weg naar haar tijdelijk onderkomen dacht Paula na over waarom ze zo impulsief naar een uitnodiging gehengeld had. Eenzaamheid? Nee dat niet. Boosheid, ja kwaad was ze nog wel op Pieter. Avontuur, de zucht naar iets nieuws dat moest het zijn. Terugkijkend op de jaren waarin haar huwelijk afgleed, besefte ze dat het een saaie sleur geworden was. Pieter had steeds minder zin gehad om te vrijen en aan het eind kwam het initiatief alleen nog maar van haar. Initiatieven die veelal afgeslagen werden met “sorry schatteke, ik ben zo druk geweest” en meer van dat soort kutsmoezen. Druk? Een maand terug was ze er achter gekomen waarmee mijnheer de schepen druk was. Hij had zogenaamd op zaterdagmiddag nog een belangrijke bespreking in zijn werkkamer thuis, met Robert, zijn persoonlijk assistent. Ze was op de fiets de stad in geweest, had boodschappen gedaan en spontaan een lekkere traktatie voor de mannen gekocht. Puur toevallig, was ze tegen haar gewoonte in, door de achterpoort de tuin in gegaan. Ze zag door het raam Pieter in zijn werkkamer staan. Ze wilde zwaaien en toen zag ze het. Mijnheer had zijn broek omlaag en liet zich pijpen door Robert, die op zijn knieën voor hem zat. Dat wat ze van zijn erectie zag toonde een stuk daadkrachtiger dan wat zij de laatste jaren gezien had.

Dit gedoe met mannen bleek al veel langer te spelen. Achteraf zei een vriendin, dat ze zo iets al lang vermoedde. Mooie vriendin, als je de kaken op elkaar houdt. Haar broer lachte om het verhaal en zei, “zie je wel, ik vroeg me wel eens af, of hij niet meer van de herenliefde was.” Daarna kwam hij met die flauwe mop van twee vriendinnen die samen iets drinken. Zegt de ene vriendin, je hebt sperma in je haar. Antwoordde de andere, “ je hoeft toch niet alles van je baas te slikken.” Hij vertelde het waarschijnlijk om haar op te beuren, maar ze was zo kwaad geworden dat ze de deur uit gestormd was.

Rare vent die Peer. Ze had hem zien binnenkomen en rondkijken in het café. Kale kop, stoppelbaard, slordig gekleed en wat het meest opviel was dat hij kwaad keek. Ongepolijst, dacht ze. Heel anders dan Pieter, die veel aandacht aan zijn uiterlijk besteedde. Toen hij op de kruk naast haar ging zitten had ze besloten om hem te negeren.

Dat lukte, tot hij zich in haar gesprek mengde. Het leek wel of hij ruzie zocht. Dat ze desondanks in de lach schoot, kwam doordat hij per ongeluk het punt aanroerde waarop ze Pieter ging pakken, zijn welgevulde zakken. Hij mag dan zijn zak elders geleegd hebben, zij ging voor zijn andere zakken. Met minder dan de helft nam ze geen genoegen. En dan was er nog het lucratieve plaatsje in het bestuur van Ecogem, de intercommunale afvalbezorger, dat ze aan Pieter te danken had. Dat ging ze zich niet laten afpakken. De vergoeding die ze voor het bijwonen van de vergaderingen kreeg was een mooie aanvulling op haar salaris. Mocht mijnheer dwarsliggen, dan waren er nog wel een paar dingen die ze de afgelopen jaren opgevangen en onthouden had. Mijnheer de bestuurder zou niet graag zien dat die informatie naar buiten kwam.

Toen Luck en Geke weg waren en ze met de Hollander zat te praten, verdween de boosheid uit zijn gezicht en bleek hij een enthousiaste verteller. Ze kon niet peilen of hij serieus was met dat bizarre verhaal over onthouding, ze had er in ieder geval om geschaterd.

Zijn enthousiaste verhalen over zeilen en zijn boot maakte dat ze nieuwsgierig werd. Vanuit het appartement had ze zitten kijken naar het gedoe op de boten in de haven en dit was een kans om er een van binnen te zien. Als hij haar had willen potelen, dan had ze hem een oplawaai gegeven en geschreeuwd, het was nog druk in de haven en op de kaai. Hij droeg geen ring, zou hij getrouwd zijn?

Tinus Boot

Graag jouw waardering als reactie onder dit verhaal.



  • Comments(0)//tinusboot.4fingers.be/#post27